Deze columns zijn gepubliceerd  in het
magazine van de B.B.K

  • De Duitse Filosoof Rüdiger Saffranski schrijft in zijn boek “Hoeveel waarheid heeft een mens nodig” over een Chinese parabel. Het vertelt van een kunstschilder die in zijn werk verdwijnt. De schilder was oud en eenzaam geworden tijdens het werk aan één enkel schilderij. Op een dag was het af. Hij nodigde de paar vrienden uit die hem nog kenden uit de tijd toen hij aan zijn levenswerk begon. Zij stonden om het schilderij. Daarop was een landschap met bomen en een brede rivier te zien en een smal kronkelig weggetje dat naar een huis op een heuvel leidde. Als de uitgenodigden het schilderij nauwkeurig bestudeerd hebben draaien ze zich om naar de schilder, maar dan is hij nergens te zien, hij is verdwenen. Ze kijken weer naar het schilderij en zien nog net hoe de schilder het door hem zo zorgvuldig geschilderde pad oploopt naar het huis op de heuvel. Ze zien hem de deur openen, de kunstenaar draait zich nog een keer om, buigt naar zijn vrienden als afscheid en gaat naar binnen en sluit de deur achter zich. 

    Voor het achter gebleven publiek  is dat verdwijnen een mysterieuze gebeurtenis. Mysterie of evenement?, volgers Rüdiger Saffranski zegt deze parabel iets over een thuiskomst en een aankomst. 

    Het verhaal verteld volgens mij ook over de makers en de gebruikers van kunst. De concipiërende kunstenaar en het publiek. 

    In de Chinese parabel is de ontmoeting tussen de kunstenaar en het publiek  cruciaal om het werk zijn uiteindelijke doel te laten bereiken.  

    In de praktijk gaat het realistischer. 

    Ontmoetingen tussen kunstenaar en publiek vinden plaats op evenementen in vliegvelden, bevolkte en onbevolkte kantoren, fabrieken, winkels, musea, stations, markten of parkeergarages. Om publiek te trekken zijn er op de locaties waar de evenementen plaats vinden gezellige mogelijkheden tot eten en drinken. Het is de bedoeling dat de kunstenaar en het publiek een aangename dag hebben. 

    Ooit ben ik naar een toneel festival geweest dat onmogelijk gezellig genoemd kan worden. Het publiek werd zonder tekst of uitleg  hardhandig in grote kooien gedreven er werd hier en daar geduwd en getrokken. Vervolgens kreeg het gekooide publiek de rol toebedeeld zich te gedragen als opgeslotene. De regisseur en de acteurs buiten de kooi vermaakten zich kostelijk met de wanhoop en boosheid van het publiek in de kooi. 

    De verwisseling van rollen werd in de recensies heftig bekritiseerd.

    Er was alom verontwaardiging. 

    Het was ook voor mij een schokkende ervaring waar ik regelmatig aan terug denk als  ik naar het nieuws kijk met slachtoffers en daders.

    Speelt het kunstevenement  zich af tussen deze uitersten?

    De kunstenaar die onzichtbaar wil zijn voor het publiek, de toeschouwers die gezelligheid eisen of de kunstenaar die het publiek gebruikt als weerbarstig materiaal?

    Wat doet het evenement met ons en wat doen wij met het evenement.

    Vera de Groot

      



     

  • Sinds de uitvinding van de spuitbus, de viltstift en de printer heeft de straatkunst een hoge vlucht genomen. Alle wereldsteden zijn van boven tot onder voorzien van straatkunst. Om te onderzoeken waarom plakkers en spuiters er zoveel satisfactie uithalen, ging ik op pad. Aangekomen bij de Beurs van Berlage zag ik dat er net een tentoonstelling over een straatkunstenaar te zien was. In de Beurs van Berlage is de museumkaart maar heel beperkt geldig. Altijd een obstakel om de tentoonstellingen daar te bezoeken. ‘Voor een onbetaalde columnist een heel bedrag die €14 ’ , zeg ik tegen de misschien wel 60 of 70 jarige man naast me. ‘Zeker’, beaamt hij. ‘voor iets dat in de openbare ruimte thuis hoort’. Hij was een Wilde plakker in ruste vertelde hij met gevoel voor understatement. Om een lang verhaal kort te maken, we besloten samen de stad in te gaan om de openbare straatkunst te gaan zoeken en de Beurs van Berlage te laten voor wat het was. Het was een mooie zomerdag. In zijn jonge jaren, vertelde hij al lopend richting Rokin, ging het plakken gepaard met maatschappij kritiek. Het had te maken met burgerlijke ongehoorzaamheid en vrijheidsdrang, dat was toen erg in de mode. We hadden er veel plezier in om stikkers en teksten te bedenken. Buiten de commerciële reclame was er nog veel ruimte voor ons plakkers en spuiters’. De plakker in ruste vertelde verder, ‘Het begon in eerste instantie als een soort grap, maar onze teksten en rare logo’s waren een schot in de roos. We waren verbaast over de aandacht die het opleverde. Er kwamen zelfs verzamelaars die stikkers en kleine affiches voorzichtig lospeuterden. Tijdens onze nachtelijke plak sessies hadden we soms achtervolgers die het materiaal bijna uit onze handen trokken. En er kwamen opdrachten van de gevestigde orde. De verachtelijke reclame makers. Die reclamemakers hebben tot taak iedereen geld uit de zak te kloppen, iets waar ik geen verstand van had en ook niet wilde hebbe. Dat commerciële gedoe heeft ons groepje uit elkaar gedreven’. Voor ons lopen 4 mannen met een soort opzichter. De vier hebben rode hesjes aan en dragen een emmer met sop. ‘ Taak gestraften’ zegt de gepensioneerde wilde plakker.  ‘Ze hebben een belangrijke functie in de straatkunst. Met dat poetsen zorgen ze voor een mooie, schone ondergrond’. Na deze verhelderende mededeling neemt hij afscheid. Taakgestrafte en straatkunst een win win situatie? Wie het weet mag het zeggen. Conclusie: De roem van de straat kunstenaar is altijd van korte duur. Vera de Groot  
  • Een vriendin, de zeventig al ruim gepasseerd, vertelde me over haar eerste kennismaking met de computer. Aanleiding voor die ontboezemingen was ons gesprek over de groep kunstenaars die zich Digipainters noemt en die digitale geprinte afbeeldingen met echte kwast en echte verf bewerken. Het verband dat de Digipainters leggen tussen het schilderen en de afbeeldingen uit de computer bracht ons op het al oude onderwerp man, en hoe die te combineren met vrouw en kunstenaar zijn. Haar eerste kennismaking met het digitale tijdperk had met dat onderwerp te maken en dateerde uit de jaren 70. “Digitaal was zo vol met futuristische hoop en onbegrensde toekomstdromen.” zei de vriendin. Haar enthousiasme kreeg handen en voeten in de vroege jaren 70 door een oproep in de NRC om mee te doen aan een Baanbrekende Digitale Techniek voor Partnerkeuze door een groep idealistische studenten en computer pioniers. Computers waren toen nog grote machines in rekencentra. Makkelijk verliep de Baanbrekende Techniek dan ook niet. ”Ik moest pakken papier met vragen invullen.Hoe het verder ging met de techniek weet ik niet .Mij was toen eigenlijk in het geheel niet duidelijk wat een computer precies was, maar dat de revolutie zou beginnen met nullen en enen stond vast”. [/themify_col]

    Er waren opvallend veel kunstenaars en andere creatieve beroepsgroepen geïnteresseerd in de Baanbrekende Techniek voor Partnerkeuze bleek achteraf. Na lange tijd kreeg ze de uitslag. De computer had beslist, het was een kunstenaar die zich toen al met digitale beeldvorming bezig hield. De vriendin: “We spraken af in het Stedelijk. Het werd niks. Maar wat ik me nog heel goed herinner is de naïeve en onbeschrijfelijke teleurstelling van ons beide dat de Digitale Techniek voor Partnerkeuze zo vreselijk gefaald had. Toen konden we er absoluut niet om lachen, nu wel natuurlijk. Er zijn steeds weer mensen die een prachtige geheel digitale wereld voorspiegelen met digitale boeken en digitale kunst. Maar de toekomst is nog steeds onbekend.” Toekomst of geen toekomst, de Digipainters combineren zorgeloos oude en nieuwe technieken en maken vitale schilderijen die nog naar verf ruiken en een echte huid hebben. Dat missen alle video en andere kunst die op digitale wijze gemaakt wordt. Hoe indrukwekkend de video ook is, in de donkere projectie ruimte ruikt het alleen naar mensenvlees. De gesprekken met mijn vriendin leiden vaak tot rare conclusies. Vera de Grootc

  • Voordat ik naar Rome vertrok als onbezoldigd assistent van Hans van der H had ik nog nooit gehoord van Pier Pander. Hans deed onderzoek naar wat zich in de kantlijn afspeelde tussen de schrijver Couperus en de beeldhouwer Pander. Pier Pander, geboren als wonderkind in Friesland, vertrok al jong naar Rome. Hij had net als Couperus een diep verlangen naar klassieke tijden. Hans, die zelfs met zijn ogen dicht een goed gelijkend portret van Couperus tekende, wilde een boek maken waarin eindelijk alle droedels in de manuscripten van Couperus verzameld zouden zijn. In Rome, waar Couperus regelmatig bij Pier Pander logeerde en werkte, was de productie van droedels erg hoog geweest. We gingen op onderzoek. Zouden we nog herkennen wat de aanleiding was voor de overmatige droedel-productie van Couperus? Zouden er nog sporen van die vriendschap te vinden zijn?. We vondenhet atelier waar Pander gewerkt en gewoond had. We liepen die straat diverse keren op en neer. We keken met de ogen van de naar vervlogen tijden verlangende vrienden. We doorkruiste we Rome van boven tot onder. Ons laatste onderzoek betrof het Cimiterio Acattico. Cimiterio Acattico is een goed verstopte begraafplaats aan de rand van Rome. Naast de verroeste poort staat een gammel schuurtje dat ingericht was als kantoor voor een stokoude ambtenaar. In een beduimelt kasboek zocht hij de door ons genoemde naam op, Pier Pander. Zijn oude vinger gleed onverschrokken langs beroemde namen. Zijn vinger stopte, hij schreef iets op en zonder iets te zeggen gaf hij het aan ons. Tussen het hoge gras lagen schots en scheef de zerken. Er lagen veel kunstenaars uit vele landen; hun namen waren moeilijk te lezen, maar ik struikelde over het graf van Keats, mijn lievelingsdichter. Hans liep onvermoeibaar verder in de brandende zon met op het piepkleine papiertje een nummer. Na lang zoeken vonden we wat we zochten. Pier Pander lag nogal achteraf. We staarden beide naar het graf. eindelijk na al het zoeken, een ondubbelzinnig resultaat. Het graf van Pander was een perfecte droedel geworden. Het lange gras was rond het stenen kruis gedraaid in een onontwarbare knoop waar kleine bloemetjes doorheen groeide. Zoekt en gij zult vinden, zeiden we beide tegelijk. We verlieten het snikhete Rome op weg naar NL. Voor mij smaakte Rome naar andere steden op zoek naar……… Het merkwaardige droedel-boek is niet lang hierna verschenen in prachtige hardcover.   Vera de Groot
  • Ik zit gewapend met potlood en schetsboek op een boek, het is zo dik dat ik door het raam naar buiten kan kijken. Het was een hele worsteling om me door de geschiedenis van de filosofie te werken, maar het zit er op, met alle gevolgen van dien. Door dat boek is er een geheel nieuw soort perspectief ontstaan. Nooit zal ik meer denken dat het landschap is wat het is. Met mijn eendentwintigste-eeuwse ideeën ervaar ik het lansschap heel anders dan iemand die voor de tweede helft van de achttiende eeuw geboren is. Hij of zij was zich van heel andere zaken bewust buiten de stadsmuren dan ik. Niet alleen omdat de mij omringende natuur ingrijpend veranderd is. Ook niet omdat bijna al het landsschap onderhouden wordt door allerlei instanties van Staatsbosbeheer tot natuurmonumenten of dat het wereldnatuurfonds zich er over heeft ontfermt. Maar omdat ik het landschap zie door Jean Jaques Roussau’s gekleurde bril Jean Jaques Rousseau die de Romantiek als filosofische stroming in beweging bracht die de hele westerse wereld op zijn kop zette. Ik was me er nauwelijks bewust van dat de Romantiek nog steeds bepaalt hoe wij het landsschap beschouwen en beleven. Het Romantische bewustzijn projecteert allerlei emoties in het landschap. Het maakt dat we de natuur ervaren als een soort kapstok voor allerlei emotionele gewaarwordingen die vaak tot clichés verworden zijn. Ik verlang in het bos naar duisternis en geestelijke rust en eenzaamheid. Ook mijn liefde voor zonsondergangen en voor maanlicht heeft een door de Romantiek veroorzaakte oorsprong. Zo zou de zon en maan een meer “natuurlijke tijdsbeleving” geven dan een klok. Het landschappelijke brengt me rust en contemplatie, ook al is er nog geen tweehonderd meter verder een snelweg of komt er om de haverklap een vliegtuig over. Voor de Romantiek ervoer men de natuur allerminst als gezond of mooi. De bossen brachten wild en paddenstoelen of brandhout en de zee vis. Voor je geestelijke gezondheid begaf je je zeker niet naar een bos of naar het strand. Een mens die daar niks te zoeken had kwam daar niet. Het land buiten de stad was van de boeren, de jagers en de vissers. Ik sleep of ik wil of niet een verleden mee vorm gegeven door Romantische kunstenaars. Wegbereiders als Schubert en Casper David Friedrich stonden aan de wieg van het romantische levensgevoel. De wil tot overgave aan de natuur vervult ons nog onverminderd. Romantische idealen worden, via de beeldende kunsten, literatuur, popliedjes en reclame, nog steeds over me uit gegoten. Bij mijn landschapsstudie, gezeten op mijn filosofie boek, moet ik aan W.F. Hermans denken. Hij vergeleek het natuurschoon met een kapot televisietoestel. Vera de Groot 
  • In het voorjaar van 2012 sprak ik in de pauze van een voorstelling van de toneelgroep Dood Paard met een oude kunstenaar die mij scheen te kennen, ik kende hem zo vaag als een uitgegumde tekening. We spraken over koetjes en kalfjes zoals dat gaat in een pauze. Maar toen het paard ter spraken kwam was hij niet meer te stoppen. Het verhaal over zijn levenslange gevecht met het paard zal ik nooit vergeten. Zijn verhaal ging als volgt: “ Toen ik nog jong was kwam er een opdrachtgever bij me die een levensgroot getekend paard wilde hebben. Hij vroeg me of ik dat paard voor hem wilde maken. “Dat kan”, antwoordde ik. “Maar niet zomaar ineens. Dat vraagt om oefenen”. “Ik geef je genoeg geld om een jaar alleen dat paard te leren kennen en het te tekenen,” zei die gulle opdrachtgever. Na een jaar stapte die gulle man vol verlangen het atelier binnen om te zien wat er van zijn paard was geworden. Ik pakte een groot vel papier en tekende met eenvoudige lijnen een pracht paard voor hem. Die rijke opdrachtgever was tot mijn grote verbijstering erg teleurgesteld. “Is dat nauw alles? Die paar………. lijnen?” Dan liet ik de rijke teleurgestelde man mijn ladekasten zien. ik deed de eerste lade open vol met slapende paarden. De lade daar onder zat vol met rennende paarden. Daaronder lades vol met etende paarden, met parende paarden, sjokkende paarden, oude paarden. En zelfs een lade vol met zwemmende paarden. Ik heb mijn hele verdere leven het paard proberen te maken wat mijn al lang van het toneel verdwenen opdrachtgever van mij verwachtte. Ik keek met zijn ogen naar de door mij gemaakte paarden en altijd was ik weer teleurgesteld. Het heeft me wel roem en geld opgeleverd, maar het ongrijpbare conceptuele paard zit me nog steeds dwars. Voor een rustige oude dag heb ik geen tijd. Ik heb nooit van paarden gehouden. Een ongeluk zit altijd waar je het niet verwacht. Dat kan ik zeggen omdat ik mijn hele leven met dat opgedrongen paard ben blijven omgaan. Na de voorstelling probeerde ik hem te vinden tussen het naar de uitgang deinende publiek. Ik wilde aan hem vragen om met me mee te gaan om het gesprek voort te zetten. Welke vormen hadden zijn paarden aangenomen en hoe was zijn levenslange zoektocht verlopen?  Maar het lukte me niet hem te vinden. Ik heb niks met paarden maar wat was er gebeurd als ik ooit gevraagd was om me in dat dier te verdiepen? Ik liep in diep gepeins naar huis. En droomde die nacht van een klassiek Grieks drie gevecht tussen het brood op de plank het toeval en de vrijheid. O ja, de voorstelling van De Perzen van Aeschylus door Dood Paard was erg indrukwekkend. Vera de Groot 
  • Ik liep een beetje vermoeid de tentoonstelling in, maar al gauw was die vermoeidheid verdwenen. Ik zag ‘Het Stedelijk en de oorlog’ die tot 13 mei te zien is in het Stedelijk Museum van Amsterdam. ‘De oorlog’ is de oorlog die rond 1940 over de wereld raasde, en Nederland niet oversloeg zoals in 1914 het geval was geweest. Veel mensen dachten dat het ook dit keer wel zou over waaien. Hoe gruwelijk en verwarrend die oorlog geweest is komt heel indrukwekkend naar voren in de tentoonstelling. Veel aspecten van het leven en de kunst uit die tijd worden getoond in een samenhang die nog nooit te zien is geweest. Ook zijn er prachtige tekeningen te zien die meestal diep in de archieven zijn opgeborgen. Er moet veel onderzoek gedaan zijn door de samenstellers. Onder meer  naar de soms onduidelijke of verdachte verwerving van een aantal kunstwerken en naar de moeilijke omstandigheden waarin er onmogelijke keuzes gemaakt moesten worden. Ook de rol van een aantal kunstenaars wordt onder de loep genomen. De tentoonstelling doet, ondanks dat de oorlog zich lang voor mijn tijd afspeelde, zeer actueel aan. Er zijn een aantal pijnlijke dingen te zien. Zo zag ik op een klein scherm een kort filmpje. Een heldhaftige jonge kunstenaar is geestdriftig bezig de gespierde mannen van de Arbeitseinsatz, al schetsend op papier vast te leggen. De arbeiders zijn bezig met het graven van een onduidelijke kuil. De Kunstenaar werkte voor de tentoonstelling “Kunstenaars zien den Arbeidsdienst”. Wat bracht die mooie gespierde kunstenaar tot zijn medewerking. Was hij altijd al goed in modeltekenen op de academie en zag hij nu eindelijk dat zijn kunde toch heel praktisch toepasbaar was? Of had hij thuis een hongerige vrouw met hongerige huilende kinderen? Hij staat er erg gezond en stevig bij. Maar misschien dwong de bezetter hem een paar Duitse biefstukken te verorberen voordat hij aan het werk mocht. En de cameraman die het filmpje maakte was dat ook een naar erkenning en voedsel hunkerende man?  De bezetter dichtte aan de kunst een belangrijke rol toe wil dat filmpje laten zien. Maar niet gespierde kunst was ondermijnend en gevaarlijk voor de volksgezondheid. En hoe stonden  die blonde god en de cameraman tegenover die ongezonde kunst en  kunstenaars ? De kunstenaarsverenigingen Sint Lucas, De Onafhankelijken, De Brug, en De Hollandse Kunstenaars kring ontdeden zich van hun joodse collega’s en profileerden zich met onderwerpen goedgekeurd door de bezetter zo als ‘Stillevens landschappen en portretten in traditionele stijl’. Met dat profiel werd goed gescoord. De verkoop van Kunstwerken verliep boven alle verwachtingen. Vanwege de geld ontwaarding zochten mensen die geld hadden naar een waardevaste belegging. De kunstenaarsverenigingen gebruikten het Stedelijk als hun thuisbasis. Na de oorlog verdreef Sandberg hen uit de kunsttempel om er nooit meer in terug te mogen keren. Achteraf is het allemaal makkelijk praten. De mensen die wel hun morele kompas gebruikten, dat zijn  meestal  niet de gemakkelijkste mensen. Of is ook dat helemaal niet waar als niets meer is wat het lijkt. Vera de Groot 
  • In het voorjaar van 2012 sprak ik in de pauze van een voorstelling van de toneelgroep Dood Paard met een oude kunstenaar die mij scheen te kennen, ik kende hem zo vaag als een uitgegumde tekening. We spraken over koetjes en kalfjes zoals dat gaat in een pauze. Maar toen het paard ter spraken kwam was hij niet meer te stoppen. Het verhaal over zijn levenslange gevecht met het paard zal ik nooit vergeten. Zijn verhaal ging als volgt: “ Toen ik nog jong was kwam er een opdrachtgever bij me die een levensgroot getekend paard wilde hebben. Hij vroeg me of ik dat paard voor hem wilde maken. “Dat kan”, antwoordde ik. “Maar niet zomaar ineens. Dat vraagt om oefenen”. “Ik geef je genoeg geld om een jaar alleen dat paard te leren kennen en het te tekenen,” zei die gulle opdrachtgever. Na een jaar stapte die gulle man vol verlangen het atelier binnen om te zien wat er van zijn paard was geworden. Ik pakte een groot vel papier en tekende met eenvoudige lijnen een pracht paard voor hem. Die rijke opdrachtgever was tot mijn grote verbijstering erg teleurgesteld. “Is dat nauw alles? Die paar………. lijnen?” Dan liet ik de rijke teleurgestelde man mijn ladekasten zien. ik deed de eerste lade open vol met slapende paarden. De lade daar onder zat vol met rennende paarden. Daaronder lades vol met etende paarden, met parende paarden, sjokkende paarden, oude paarden. En zelfs een lade vol met zwemmende paarden. Ik heb mijn hele verdere leven het paard proberen te maken wat mijn al lang van het toneel verdwenen opdrachtgever van mij verwachtte. Ik keek met zijn ogen naar de door mij gemaakte paarden en altijd was ik weer teleurgesteld. Het heeft me wel roem en geld opgeleverd, maar het ongrijpbare conceptuele paard zit me nog steeds dwars. Voor een rustige oude dag heb ik geen tijd. Ik heb nooit van paarden gehouden. Een ongeluk zit altijd waar je het niet verwacht. Dat kan ik zeggen omdat ik mijn hele leven met dat opgedrongen paard ben blijven omgaan. Na de voorstelling probeerde ik hem te vinden tussen het naar de uitgang deinende publiek. Ik wilde aan hem vragen om met me mee te gaan om het gesprek voort te zetten. Welke vormen hadden zijn paarden aangenomen en hoe was zijn levenslange zoektocht verlopen?  Maar het lukte me niet hem te vinden. Ik heb niks met paarden maar wat was er gebeurd als ik ooit gevraagd was om me in dat dier te verdiepen? Ik liep in diep gepeins naar huis. En droomde die nacht van een klassiek Grieks drie gevecht tussen het brood op de plank het toeval en de vrijheid. O ja, de voorstelling van De Perzen van Aeschylus  door Dood Paard was erg indrukwekkend. Vera de Groot 
  • Na het afscheidsfeestje van een bevriende docent aan de Rietveld Academie nam ik het illegale besluit om daar weer wat rond te kijken. “De Rietveld” was spiksplinter nieuw toen ik er in de vorige eeuw als student op verkenning ging. De grondige restauratie van een paar jaar geleden maakt dat het gebouw er nu bijna nog net zo uit ziet als toen. Maar verder heeft er een metamorfose plaats gevonden. Waar is de inventaris en waar zijn de tekentafels en door Rietveld ontworpen bankjes gebleven? Ik liep destijds rond in een gebouw met duidelijk herkenbare werkplaatsen en klaslokalen. Er waren vaklokalen voor Beeldhouwen met grote stukken steen, typografie met letterkasten, edelsmeden met werkbanken vol met interessante gereedschappen , de textielafdeling met heuse weefgetouwen. En in het grote grafiek lokaal stonden allerlei drukpersen. En in dat lokaal zou ik me gaan bekwamen. Voorzichtig open ik ons oude grafiek lokaal. In het lokaal staan een trap een strijkplank en een stofzuiger. Verder is het er doodstil gelukkig geen mens te bekennen. Ik probeer mijn oude grafieklokaal te reconstrueren. We leerde het grafische vak van twee levensmoede drukkers en tekenen van een sombere docent. Ingewikkelde vragenwaren daar niet gewenst. Wel leerde ik hoe een ets gemaakt werd en hoe een lithosteen geprepareerd en afgedrukt moest worden. Dat schuren poetsen en slijpen was een heel vervelende bezigheid. En de resultaten waren onbevredigend. Druk was het niet in het grafieklokaal. De levensmoede en sombere vakmensen zagen de digitale revolutie bui al lang hangen . Om vier uur in de middag en later ook nog wel eens wat vroeger verdwenen ze in de “zuurkamer”. Als leerling werd je dan geacht daar niet meer binnen te gaan. De zuurkamer was alleen in de ochtend open om de etsplaat in het zoutzuur te leggen. Ik ontdekte dat er naast flessen met zoutzuur ook volle jeneverflessen stonden. Van mede studenten hoorde ik dat je na vieren de zuurkamer in mocht als je van het mannelijk geslacht was en heel veel etsen of litho’s maakte. Het is nadat ik de academie verlaten had nog vreselijk uit de hand gelopen door die flessen met jenever. Als ik aan vakmannen en kunst denk zie ik altijd die twee uitgebluste levensmoede drukkers en die docent voor me. Ik heb nooit meer een ets gemaakt. Toch heb ik in dat grafieklokaal geleerd me zelf uit te vinden tussen die sombere mannen. Ik weet niet hoe het in die andere vaklokalen gegaan is, maar al die bijna lege lokalen doen het ergste vermoeden.  Op mijn verdere tocht door het gebouw zie ik studenten met een Macbook die ze als werkplaats gebruiken. De afscheidnemende docent daagde zijn studenten uit na te denken wat kunst is en te schuren en poetsen aan een glanzend concept. Mijn ervaring, zeker na deze sentimentel journey is dat door de computer, de vele nieuwe materialen en dito technieken, vakmanschap een erg onoverzichtelijk begrip geworden is. Vera de Groot 
  • Elf aanbevelingen voor de hedendaagse kunstenaar. Om succes af te dwingen. Het spreekwoordelijke ploegen om daarna te kunnen zaaien en oogsten. Het vormt een voorbereiding om producten te creëren die niet alleen geliefd zijn, maar waar ook voor betaald wordt. Het lijkt een onbegonnen werk,dat is het echter niet. Begin vandaag nog.

    1. Leef als een asceet, maar houd dat geheim.
    2. Maak van je kinderjaren een uitzonderlijk grappig, eng of droevig verhaal. Gebruik dat verhaal in eerste instantie als inspiratiebron. Later kan het gebruikt worden als anekdote die je drijfveren illustreren. Zorg dat je familie geen roet in het eten gooit.
    3. Lees biografieën van mensen die je bewondert. Als je niemand bewondert (een kenmerk van de ware kunstenaar) begin je met de biografie A en leest door tot de Z. Leer van het succes en de fouten van anderen.
    4. Maak daarna een lijfspreuk waarin je je eigen ambities krachtig samenvat.
    5.   Zorg dat je haar goed zit.
    6. Verken het artistieke slagveld regelmatig, zorg dat je er gezien wordt. Toelichting bij punt 6. Begin niet eerder aan punt 6 voordat je punt 1 tot en met 5 onder de knie hebt.
    7. Weet wie je concurrenten zijn, hou ze in de gaten, zorg dat je ze voor blijft.
    8. Nieuw in deze opsomming: creëer een milieu bewuste uitstraling. Propageer het efficiënt hergebruik van materiaal. Verwerk de factor milieu in je producties . De bewuste milieusoep hoeft niet zo heet gegeten te worden als die wordt opgediend.
    9. Bouw een stevig ego op,maak je zelf immuun voor kritiek. Kritiek is veelal gebaseerd op jaloezie, zeker als je je de 11 punten hebt eigen gemaakt.
    10. tip om de vaart er in te houden. Wees niet te aardig tegen je bewonderaars,houd ze op flinke afstand. Het laten strelen van het ego is contraproductief.
    11. Ga voor het hier en nu. Gun je zelf geen rust. Negeer opwellingen van romantische oorsprong die je influisteren dat jouw tijd nog moet komen. Zeg tegen je zelf dat succes na de dood nergens goed voor is behalve voor veiling huize. Heb je toch nog last van een minderwaardigheidscomplex of andere scrupules, ga naar een psychiater. Tot slot Er bestaat een mystieke verhouding tussen wat jij te bieden hebt en wat het publiek vraagt. Het is een gegeven waar je mee  moet dealen. Vraag en aanbod is geen kip en ei kwestie zoals  soms wordt beweert. Deze lijst met tips is met zorg samengesteld. De informatie is gebaseerd op de kennis in november 2013. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleent. In het verleden gehaalde resultaten bieden geen 100% garantie voor de toekomst.

    Vera de Groot