-
De tas.
Bernt rijdt hard over de eindeloze vlakte. De nacht valt over de roodbruine bergen achter hem. De grote boodschappentas van zijn moeder gewoonlijk gevuld met groente, aardappelen, fruit en eieren, is nu gevuld met zijn buit. De stapels bankbiljetten vullen de hele tas op de passagiersstoel. De revolver is weer tussen zijn broekriem geklemd. De weg lijkt rustig en overzichtelijk. Er kan hem niks meer overkomen. hij voelt zich onoverwinnelijk.
Ik klap het boek dicht.
Wat zou er met mij gebeuren als ik zo veel geld zou hebben ?
Het is om er raar van te worden.
Het saldo op mijn bankrekening zou er heel wat fleuriger uit zien.
Het is allemaal en zaak van de komma, die zou door de boodschappentas wel vier posities naar rechts verhuizen.De plaats van de komma daar zit het hen in, arm of rijk.
Ik sla het boek weer open ik wil weten hoe het afloopt.
Het is al bijna donker als hij stopt bij een tankstation. Snel pakt hij een paar bankbiljetten uit de tas. Voor de pomp zit op een krakkemikkige stoel een oude man, die gelijk opspringt om de tank vol te gooien. Bernt loopt wat heen en weer om zijn benen wat te strekken. Het was een spannende dag dat voelt hij in al zijn spieren.Hij betaalt de oude man zonder te wachten op het wisselgeld. Snel rijdt hij verder. Als de tank half leeg is, veel sneller dan gedacht, valt zijn oog op de tas. Er zit tot zijn grote schrik niks meer in. Alle stapels bankbiljetten zijn verdwenen.
In volle vaart maakt hij met gierende banden een U bocht. Het moet in het tankstation zijn gebeurd! Als hij daar aankomt, ziet hij dat er niemand meer is. Het is donker, en verlaten.
Hij kijk nog eens goed in de boodschappentas. Er zit echt helemaal niks meer in. Tot zijn verbazing voelt het als een opluchting. Bernt staart minuten lang in de duisternis..
Er zit niks anders op dan weer naar huis te gaan.In een slakkengang rijdt hij naar huis.
Zijn moeder wacht op hem met een vers gebakken appeltaart want hij is jarig vandaag.
als hij thuis gekomen is zet hij de boodschappentas weer op zijn plaats in de garderobekast.Niets vermoedend stapt hij de keuken binnen.
Tot zijn grote verwarring zit zijn moeder daar aan tafel met de man van het tankstation. Ze kijken heel verliefd naar elkaar.
Einde van het verhaal
-
Parabel ?
Op het kerkplein stond een geit in het midden van een kudde schapen. De geit beweerde bij hoog en laag dat ze een koe was.
Onder de omstanders waren er veel die koeien en geiten in hun kennissen kring hadden. Met sommigen konden ze het goed vinden met anderen weer niet. De kwestie koe of geit was voor hen een academische kwestie.
Het was geheel toevallig dat er en koe het kerkplein op wandelde.
Hoe wel deze koe een verstandig dier was kon ze haar nieuwsgierigheid niet bedwingen. De koe vroeg wat er aan de hand was. Er is hier een geit die beweert bij hoog en bij laag dat ze een koe is.
Dat verbaast me niks zei de koe. Veel dieren zijn jaloers op de koe, die op bijna de hele wereld als nuttig en aangenaam gezelschap wordt ervaren.
Voorzichtig drong de koe naar het midden van de kudde waar de geit het hoogste woord had. Tegenover de koe herhaalde ze haar bewering met extra volume.
Toen de geit diep adem haalde om de bewering luidkeels te herhalen, sprak de koe “Kom mee, we gaan naar huis”.
De schapen keken het tweetal na en verwonderden zich over zoveel koude drukte.
De geit en de koe spraken op weg naar huis over koetjes en kalfjes. Dat onderwerp beviel de geit goed.. totdat de koe eindelijk de moed vond het onderwerp waarheid aan te snijden. “jij bent geen koe je bent een geit, dat is de waarheid.De conversatie viel stil. De geit herpakte zich. “de waarheid bestaat niet, dat zeggen tegenwoordig alle filosofen.
De koe schudde haar kop. Ze wilde naar huis. Ze versnelde haar pas, de geit kon dat koeien tempo niet bijhouden.
Amsterdam 7 april 2023 Vera de Groot
-
Zoeken of vinden
Ooit vond ik op weg naar school, een echte oude zilveren munt. Ik was zes jaar. Ik vond die munt tussen het puin waar de straat mee werd opgehoogd.
Mijn kinderoog had tussen het zand en de stenen iets gezien dat om een nader onderzoek vroeg. Ik poerde een beetje en toen kwam de munt schoorvoetend tevoorschijn.
Het was de schoolstraat die veel kinderen iedere dag twee keer heen en terug liepen.
De munt werd door de hoofd onderwijzer zorgvuldig bestudeerd. Er was verbazing alom. Ik had niet alleen een zeldzame munt gevonden maar ook status. Iedereen was erg jaloers.
De volgende dagen werd het puin door schoolkinderen en volwassen geluk zoekers omgewoeld op zoek naar zilveren munten.
Ook ik poerde mee in het puin om nog meer munten te vinden.
Tijdens het poeren in het puin poerde ik ook in mijn hoofd. Hoe zat het nu eigenlijk met zoeken en vinden.
De munt had ik niet gezocht en wel gevonden. Nu zocht ik maar vond ik niks. Na een paar dagen poeren in het puin had ik nog steeds geen munt gevonden.
In het puin vond ik wel mooie rode bakstenen waar je van alles mee kon maken. Ik vergat de zilveren munten. Iedere dag nam ik de mooiste rode stenen mee naar huis.
Van die bakstenen bouwde ik een kabouter huis achter in de boomgaard. Om de kabouters te lokken legde ik met pijn in mijn hart de zilveren munt in het kabouter huis. Na een paar dagen was er een teken dat het huis door de kabouters was bekeken. De zilveren munt was verdwenen.
Amsterdam juli 2022 Vera de Groot
-
Factor 50
Op tafel stond de grote dankende mosselpan. Bereid volgens het recept van Nan. De tafel was gedekt in de tuin.
Ik had een bedoeling met die mosselen in de tuin, ze moesten de weg voorbereiden. Mosselen leken mij daarvoor een geschikt middel.
Het inzetten van het mosselen middel was onnodig. Nan vroeg al voordat er een mossel genuttigd was of ik mee wilde varen over de Oude Rijn naar Katwijk.
De volgende ochtend stond ik met zonnehoed en badtas en een uit de winterslaap wakker gemaakt badpak op de steiger. Ik moest me melden bij Haven 1. Bij de bikini Bar.
Zon kracht 7 vandaag riep Nan vanaf het schip, om me te overtuigen dat het een mooie en warme dag werd. Ze zwaaide met een fles zonnebrand bescherming, factor 50.
Ik was gewaarschuwd.
Het vaarklaar maken van het schip mislukte bijna. Een onzichtbaar touw bleek nog vast te zitten aan de steiger. Het leek erop dat we de haven niet konden verlaten. De oplettende Ober van de Bikini bar maakte ons los. Ton navigeerde met grote precisie, de overvolle haven uit, terwijl ik van onder tot boven werd ingesmeerd met factor 50 door Nan. Ik vertelde haar tijdens het smeren dat ik zelf factor 60 bij me had. Factor 60 bestaat niet verklaarde Nan.
We voeren de stad uit langs de achterkant van huizen en tuintjes die weinig aan de verbeelding overlieten.
Er werd scheepskoffie met scheepsbeschuit geserveerd door Nan.
Door haar bereid in het onvoorstelbare kleine keukentje.
Door diverse keren de vaarweg links of rechts af te slaan, voeren we de Oude Rijn op.Sinds het artikel, twee weken geleden, in het Leids Dagblad over de prachtige oevers van de oude Rijn waren alle mooie buitenhuizen en theekoepeltjes verdwenen, aan de oever waren uitsluitend grote grijzen ondefinieerbare bouwsels te zien. De nog niet omgehakte bomen maakte veel goed.
Na nog een beker koffie zonder scheepsbeschuit bereikten we Katwijk.De havenmeesteres aldaar vertelde ons dat we niet door konden varen naar zee. Napoleon heeft in angst voor de Engelse vloot de Rijn met een dam afgesloten. Wij konden de zee alleen maar ruiken.
De Engelse vloot is nooit gekomen. Wat toch jammer is. De Katwijkse bevolking houdt van spektakel op zee.
Nog steeds dromen ze van De Rijn zonder die Napoleontische dam. De havenmeesteres dirigeerde ons naar een passanten steiger. Het badpak is niet gebruikt, wat ik eigenlijk wel fijn vond.
Nan en Ton waren heel tevreden met dit avontuur en ik ook.
Leiden, 20 juni 2025. Vera de Groot.
-
Dromedaris droom.
Ik droomde een dromedaris droom.
Toen ik wakker werd voelde ik of mijn vier harige poten er nog waren en op mijn rug die prachtige harige bulten.
En ja, ik voelde de harige poten vier stuks en de twee bulten.
Het was een heerlijk gevoel. Niet alleen mijn benen waren vermenigvuldigd tijdens mijn slaap , ook mijn bovenkamer was ingrijpend verbouwt. Ik loste de moeilijkste wiskundesom me op, terwijl ik met mijn ongelofelijk lange tong mijn neus reinigde. .. Ik noemde alle planeten en hun eigenaardigheden op van achteren naar voren en weer terug. Dat ik dit alles wist veroorzaakte een triomfantelijk geluk gevoel.
Ik sprak ook met mijn mede dromedarissen. Zij vertelde me hoe het zat.
Onze bulten zijn als het ware twee extra hoofden waar veel kennis is in opgeslagen. Zij vertelde openhartig wat ze met al die kennis hun dromen voorzagen van interessante details.
Wel waren er dromedarissen die droomde dat ze met de olifanten spraken, iets wat in werkelijkheid niet voorkomt. Er werd over deze dromen niet of nauwelijks gesproken, ze schaamde zich er duidelijk voor.
Nu ik weer op een of andere manier twee benen blijk te hebben en een gladde huid weet ik dat dromedarissen een beetje arogant zijn en erg geleerd, dat wel!
vera de groot 10 december 2023
-
Klei
Is dit verhaal echt gebeurd? De vraag beantwoorden met ja of nee lost niks op.
Het begin.
Het was de tijd van het jaar dat het daglicht zich verscholen hield. Dat gaf Goliath moed om in stilte te beginnen. Hij zetten het vierkante blok klei dat al tijden stond te wachten voor zich op tafel.Hij had heldhaftige plannen.
De klei stribbelde echter tegen, stug en koud wilde de klei blijven wat het was.Na lang masseren werd het verzet gebroken. Het vierkante blok klei veranderde in een levensechte kop van de god Ajax. Met helm en pluim en de onverschrokken uitdrukking van een echte god. De kop stond stevig op tafel. Het werk was af.
Goliath droomde die nacht van de onzekere rom van de kunstenaar en de wil van Klei.
De volgende ochtend stond de kop van Ajax nog fier op tafel, maar bespeurde Goliath een piepklein scheurtje van de wang naar de neus van Ajax. Dat was helemaal niet erg, mompelde hij bij zichzelf, hij repareerde het met groot gemak.
De volgende dag was er een andere scheur dieper en venijniger dan de vorige. Weer repareerde Goliath zijn creatie.
Iedere morgen inspecteerde hij met groeiende onzekerheid de kop van Ajax en steeds waren de scheuren dieper dan die van de vorige dag.. De reparaties begonnen het beeld langzaam aan te tasten.
De climax van de onttakeling diende zich aan toen de beeltenis van Ajax in zeven stukken uit elkaar viel.
Goliath voegde in opperste wanhoop de zeven stukken weer samen. Bij deze fatale reparatie veranderde Ajax in een clown.
Goliath voelde zich verslagen. Nog lang dacht hij wie er gewonnen had, de clown, Ajax, of de klei.
Leiden 25 januari 2025 Vera de Groot
-
Zonder titel
Er werd hard aan de bel getrokken. Jacob besloot open te doen. Het was immers bijna kerstmis. Dan laat je niemand in de kou staan.
Voor de deur stond een kerst vrouw. Haar uniform was voor iedereen herkenbaar. Ze had een rode mantel aan versierd met wit bont. en een rode muts ook afgezet met bont. Ze had haar slee geparkeerd op de stoep en de twee rendieren vastgemaakt aan de lantaarnpaal.
Goedenavond zei ze hier moet ik zijn.. kan ik mijn slee hier parkeren? Ze had lang golvend spierwit haar.
Ja, dat is goed, zei Jacob, hij twijfelde over wat goed en niet goed was in dit geval.Ongenodigde gasten daar houd ik niet zo van dacht hij. Hij had al genoeg te stellen met het versieren van de kerstboom. Zijn stramme vingers hadden al 9 kerstballen laten sneuvelen. Hij wilde zich niet laten kennen en ging wel gemoed verder. Er waren er nu misschien nog maar vijf over. Opperste concentratie was nodig. En toen ging de bel.
De kerstvrouw glimlachte en zei nogmaals Goede avond, Ik ben miss Kerstmis van dit jaar, zei ze en ik ben op zoek naar een geschikte kerstman. Haar rode manteltje en Kerst muts hing ze op aan de kapstok, alsof het een normaalste zaak van de wereld was.
Ze stapte gelijk op de kerstboom af en voorzag de boom van de laatste vijf ballen. Ook de kaarsjes waren binnen de kortste keren bevestigd. Je kon wel zien dat het een echte vakvrouw was, dacht Jacob. Samen veegde ze de splinters van de kapotte ballen bij elkaar. Alles was nu perfect, dacht hij. Een versierde boom met kaarsjes en een kerstvrouw die van wanten wist naast hem op de tweezits bank.
Hij maakte een perfect kopje thee met een kerstkransje, dat hadden ze wel verdiend.
Samen op de tweezitter genoten ze van de heerlijke thee en sprake over koetjes en kalfjes. Over de drukte op de weg om deze tijd van het jaar over het aanstaande kerstfeest en het nieuwe jaar, over de kwaliteit van de kerstbomen over het trage begrip van de rendieren, gelukkig geen ingewikkelde onderwerpen.
Totdat de kerst vrouw vroeg, wilt u mijn kerstman worden ?
Ach wat een merkwaardige vraag zei Jacob, geeft u me even bedenktijd.
Toen hij het antwoordt op de vraag wist zat hij alleen op de tweezitter met een koud kopje thee met een kerstkransje op het schoteltje..Langzaam stond hij op en liep naar de gang om te kijken of haar manteltje er nog hing. Maar u raadt het al, haar rode manteltje en kerstmuts waren verdwenen. Vertwijfeld deed hij de buiten deur nog open om te zien of de slee er nog stond.
Jacob zag wel de sporen in de sneeuw, maar van de slee en het rendier was niets meer te bekennen. Hij deed de deur dicht en schonk zich nog maar een warm kopje thee in. Ik ben door het oog van de naald gekropen, maar het is goed afgelopen. Hij vierde een heerlijke kerst met vijf ballen en een boom vol met kaarsjes.
-
Tango les
Mijn voeten waren al in de stemming om er wat leuks van te maken, de rest stribbelde nog wat tegen. De muziek speelde opzwepend.
Nu of nooit dacht ik.
Ik sleurde de eerste man die in aanmerking kwam de dansvloer op. Vijf passen vooruit dan vijf achteruit.
Hij volgde eerst schoorvoetend maar al snel met overgave.Onze ledematen raakten nog net niet in de war, maar het scheelde maar heel weinig. Ons enthousiasme kende geen grenzen.
Hij gooide me met een handige draai de lucht in. Toen maakte ik een salto en wierp hem daarna nog hoger de lucht in, nu was het weer zijn beurt. Zo ging het nog een tijdje door, tot we er genoeg van hadden.
De eerste tango les zat erop.
19 oktober 2024 Leiden.
-
Brieffragment In een heel oude schilderskiel gevonden.
´………….mijn nieuwe uitvinding, die van de verftube zal grote gevolgen hebben. Ik ben het niet eens met deze uitvinding, maar nu hij is gedaan is er niks meer aan te doen. Het was in een onbewaakt moment dat dit idee kwam aanwaaien. Deze uitvinding maakt verf draagbaar en houdbaar. Ik heb de verf in een tube, een flexibel buisje met een tuutje geperst en luchtdicht afgesloten. In de tube heeft het prachtige materiaal “verf” zijn natuurlijke vorm, kleur en schoonheid verloren. Maar je kunt het nu wel in je handen houden en transporteren over grote afstanden.
Ik voorzie rampen. Binnen 200 jaar kunnen we onze kunstschilderkwasten in de wilgen hangen. Beunhazen, overal ter wereld, zullen zich op de productie werpen, van iets dat ze verf zullen noemen.
Onze kleuren waarbij zelfs de kleuren van edelstenen oppervlakkig en leeg zijn. Kleuren, zoals wij ze maken, moeizaam, maar met een diepte en warmte die met niets te vergelijken is, zullen van de aardbodem verdwenen zijn.En het erge is, niemand zal weten wat er gemist wordt .
De enorme hoeveelheid inferieure verf die dan uit de tube stroomt, daar valt niet mee maar ook niet tegen op te schilderen. Er zal een tijd komen dat kinderen, mannen en vrouwen van alle leeftijden, zich geroepen zullen voelen, om met een harig kwastje met armzalige verf, aan de slag te gaan. Schilderen kun je dat niet noemen, smeren zonder kleur, vorm of inhoud, is een betere benaming.
Ik ben, zo als je merkt, een beetje somber over mijn uitvinding en mijn gewoonlijk goede stemming is erg bedrukt.
Maar het is nu nog niet zo ver. Dat betekent dat we moeten doorwerken nu het nog kan, mijn geliefde vriend. Het portret van Paus Julius is bijna klaar. De scharlakenrode pigmenten zijn geprepareerd tot een gevaarlijk rood voor de mantel van onze “vriend” Julius. Het portret van Mona L. is eindelijk klaar…………”
-
Katherine bekijkt kritisch haar nieuwe zwarte namaak all stars aan haar onwaarschijnlijk grote voeten. Haar benen liggen languit voor haar alsof ze niet de hare zijn. Ik vind alles aan haar groot, onwaarschijnlijk groot.
Katherine en ik trokken met elkaar op. Het toeval had ons samen op de trappen voor de academie neergezet. Ik voelde me verloren in de grote stad, zij voelde zich opgesloten in een dorp in een onnozel klein land dat zich belachelijk groot voordeed. Katherine noemde Nederland een groene natte badmat. Ik luisterde ademloos naar haar verhaal. Door Katherine was ik eindelijk op die andere planeet terecht gekomen.
Als Katherine me aan keek zag ik een verre wereld, ver van mijn kleine dorp tussen de weilanden waar boeren de dienst uitmaakten. Bij Katherine zag je de contouren van vliegvelden en wolkenkrabbers.
Katherine is naar de Rietveld Academie gekomen dankzij de reputatie van de zwart rood geel blauwe luie stoel van Rietveld. Ik kwam naar Amsterdam omdat ik van een vriendje gehoord had dat op die Rietveld school alles mocht. Katherine komt uit New York en ik uit Welsum, een bijna onvindbaar dorp waar wolkenkrabbers en vliegvelden absoluut verboden zijn. We zitten hier om ons in Amsterdam voor te bereiden op de toekomst. We wisten alleen nog niet precies hoe of wat.
Na een paar dagen doelloze kennismaking hebben we een afspraak met een docent weten te regelen. Amsterdam hadden we inmiddels wel zo een beetje gezien.
De docent is een lange man die er alles aan doet om op Einstein te lijken. Zijn warrige haardos, aftandse snor en slobberige linnen pak klopt redelijk.
‘Hallo’, zegt hij.
‘Hallo’, zeggen wij tot onze grote ergernis tegelijk terug.
‘Hoe gaat het met jullie?’
We zeggen dat het goed gaat. Nu niet meer tegelijk. Goddank.
‘Zijn jullie al naar het van God museum, sorry ik bedoel natuurlijk het van Gogh geweest?’
‘Juist.’
‘Ook de Aardappeleters niet gezien?’
‘Juist, dat maakt niet uit. Ik heb hier een boek voor jullie.’
Als hij het boek naar Katherine schuift, pakt hij uit zijn Einsteintas een kaart van Nederland.
Dan is het stil. Hij speelt met de kaart door hem voortdurend horizontaal en vertikaal door zijn handen te laten glijden. Dan valt de kaart en met een klap van zijn hand schuift hij de kaart naar mij.
‘Ik stel voor dat jullie naar Brabant gaan om daar onderzoek te doen naar de Aardappeleters, het schilderij van Van Gogh. Tot over veertien dagen. Met niet meer dan een A4.’
‘Hebben jullie nog vragen of opmerkingen?’
‘Nee’, zegt Katherine.
‘Nee’, zeg ik, ‘Brabant’, denk ik woedend.
Als de bus stopt in een dorp dat er erg aardappeleterig uit ziet, stappen we uit. In de verte zien we een boer die ons ook ziet. Maar er is te veel blubber tussen ons, we zwaaien ,maar hij zwaait niet terug.
We lopen een paar keer het dorp door, maar veel is er niet te beleven. We proberen te praten met een roodharige jongen. We verstaan hem nauwelijks. Hij nodigt ons uit om zijn verzameling zwerfstenen te bekijken. Zijn grootmoeder maakt koffie voor ons. Hele slappe koffie met veel melk.
We nemen de bus weer terug. De boer in het blubberveld zwaait woedend met zijn spade. Dat is natuurlijk de vader van die jongen constateren we.
In de bus zeg ik ‘Wat een rare kleur haar had die jongen, heb jij zoiets wel eens gezien?’ Katherine luistert maar met een half oor, ze kijkt naar mijn schoenen die nog helemaal schoon zijn gebleven, haar zwarte pseudo’s zitten onder de blubber.
‘Moet je kijken’, zegt Katherine. En ze steekt haar voeten omhoog. ‘Interessant’, zeggen we weer tegelijk. De blubber onderzoeken we zorgvuldig op aardappelsporen.
Het verslag
Wat is er te vertellen over de aardappeleters van Van Gogh.
Inleiding
We spraken met een onmetelijke oude Brabantse vrouw. Deze vrouw heeft ons veel wijzer gemaakt over de aardappelsoort en de gang van zaken tijdens het schilderen van de zogenaamde Aardappeleters.
Wat we ontdektenDe schilder Vincent van Gogh is nog steeds bekend in Brabant. We hebben zelfs een nazaat van de kunstenaar ontdekt. Deze nazaat verwees ons naar zijn overgrootmoeder die ons zeker meer kon vertellen. Zo gezegd zo gedaan
Wat kunt u ons vertellen?
‘ Ach het is allemaal zo lang geleden. Ik heb samen met nog een paar andere dagenlang in de oude hut van de Kromme gezeten. We zaten daar iedere nacht. meneer Vincent wilde alleen schilderen als het donker was. Hij had zelf de kleren bij zich die we aan moesten trekken. Het was zo donker in dat hutje dat we niet konden zien wat de meneer Vincent deed. We zaten daar maar en verveelde ons heel erg. We mochten na een paar weken ook niet meer praten, want dat leidde meneer Vincent te erg af. Ik was daar wel blij mee, de schuine moppen van de oude en jonge Kromme was ik erg zat. Ze vertelden steeds bijna dezelfde grappen. Tijdens die stille periode ben ik verliefd op meneer Vincent geworden. ik voelde iedere nacht zijn blikken meer op mijn huid branden. Het eind van dat liedje gaat u niks aan.’
Wat kunt u ons over de aardappelen uit die tijd vertellen?‘We aten hier helemaal geen aardappels. Iedereen at toen bonen’.
Maar op het schilderij zijn toch duidelijk aardappelen te zien?
‘Ik zal u vertellen hoe dat zit. Eerst hadden we zelf bonen in die grote pan gedaan, maar meneer Vincent vond dat niks. De kleur en de vorm beviel hem absoluut niet. Hij stelde toen ,na dagen lang te hebben nagedacht over wat we dan wel moesten eten, aardappels voor. Maar als aardappels koud worden veranderen ze van kleur, ze worden geel, en dat was een kleur die niet in het schilderij paste. Toen kwam hij op het volgende idee. We moesten uit de klei, achter de hut, ballen maken. Later heeft hij die kleiaardappels nog als betaling voor onze nachten lange zitten rond die tafel willen gebruiken. Ik heb toen tegen meneer Vincent gezegd, ‘Dat kun je niet maken’. We hadden die ballen nota bene zelf moeten maken! Het was me er wel eentje die meneer Vincent.’‘Ik hoopte heel heel erg dat hij bij mij in het dorp bleef, maar hij vertrok na een ruzie met die stomme ouwe kromme die meer geld wilde voor het huren van zijn hut.
‘Heeft u nog voor tekeningen geposeerd?’
‘Pardon? Wat bedoeld u?’
Einde van onze bevindingen.
Conclusie.
De aardappelen op De Aardappeleters zijn helemaal geen aardappelen.Einstein was erg tevreden over ons verslag, maar Katherine vertrok een week later weer naar New York. Ze hield het niet uit in dat, volgens Katherine, kleine, met boeren bevolkte Holland.
-
Het is erg druk op de schoenenafdeling.
De verkoopster krijgt met moeite de juiste schoenen aan de juiste voeten of in de juiste doos. We wachten geduldig op onze bestelling. Ik wat meer dan Eva. Naast mij gaat het strikje op haar schoen, die op een teen hangt, ongeduldig op en neer. Mijn ontschoende voet wacht wat er komen gaat.
Er was vanmorgen nog een strikje. Dat had een functie, maar wel een ondoorgrondelijke. Een strikje dat bewoog als een zwaluw, glijdend met korte bochten heen en weer bij elke stap. De spreekster liep door het middenpad naar de lessenaar.
En daar zat het, midden achter op de rok, ter hoogte van de knieholte en boven iets wat nog het beste te omschrijven is als een geplooid mini gordijntje.
Wie die strik zag, man of vrouw, moest blijven kijken.
Aan de grijswitte kleur van de rok kon het niet liggen. Het was de beweging en de plaats van deze kuise, met de vrijheid vechtende, strik die de aandacht trok.
Langzaam werd het stil.
Ze nam het woord……………………”Realiteit en fictie worden geïnstitutionaliseerd. Deze behandeling van realiteit en fictie maakt het mogelijk de realiteit en datgene wat ze verbergt te doorgronden……….”.
Het strikje zat nu aan de achterkant van de spreekster, maar het zou weer te voorschijn komen als de lezing afgelopen zou zijn. Het was een wonderlijke illustratie van realiteit en fictie. En daar hadden we het over en dat was waar het allemaal om begonnen was in de volle auditoriumzaal.
Mijn voet is nog in een heel andere wereld als de schoenverkoopster aanstalten maakt mijn voet, in het door mij bestelde laarsje te wurmen. Ik zit weer in de wereld van de schoenenafdeling en Eva met haar strikjespumps. Met de handigheid van een vakvrouw trekt de verkoopster aan de veters en maakt een stevige strik in het enkelhoge, zwarte rijglaasje.
Vera de Groot -
De foto geeft heel iets anders weer dan ik me herinner. Het chemische proces op het stukje papier laat een plein zien. Hoge huizen in noordelijke renaissancestijl. Op de voorgrond staan twee mensen die duidelijk poseren voor een foto.
De poserende man heeft een krant in zijn hand met dezelfde datum die met viltstift op de foto staat. De vrouw met dat rare kapsel kan niemand anders zijn dan ikzelf. De fotograaf werpt een lange schaduw over het poserende paar.
Er is geen hemel te zien op de foto De zon is aanwezig in de vorm van deze schaduw.
De krantenkop is met de grootsmogelijke letters opgemaakt. Voor de telefooncel staan lange rijen mannen met ook een krant met koeienletters onder de arm.
Buiten het fenomeen van de mannen met de kranten is er niet veel bijzonders te zien. Als je kijkt met de blik van een politieagent kun je zien dat er wel drie borden “verboden voor alle verkeer” op diverse plekken op het plein staan, maar er staan wel auto’s her en der.
Verder zijn er nog wat toevallige passanten die er ook niet toe doen. Een man met een fiets in de hand, een vrouw met kind en wat figuren waar niet van vast te stellen is tot welke sekse ze behoren. Er is ook nog een fontein, maar het kan ook een stuk van een standbeeld of een ander prestige object van steen zijn.
Het bijzondere van die dag zit niet in deze foto .
De viltstift en krantendatum is 11-8-99. De datum van de laatste totale zonsverduistering in Europa. Ik herinner me niks van hierboven beschreven foto, maar wel het enge licht en de kou op het moment dat de zon onzichtbaar was.
Vera de Groot -
Ik meld mij bij balie 16. Alle stoelen zijn bezet met dezelfde kwaal. Om de 3 minuten mag er iemand naar binnen. Na zes minuten kan ik achterin gaan Ik wacht, net zo als iedereen hier, op de dingen die gaan komen en wat het lot zoal voor ons in petto heeft. Het roepen van de naam van de volgende patiënt krijgt op den duur iets monotoons in deze goed geprogrammeerde ruimte.
Alles was toen veel groter en het zou nog mogelijk zijn om de taal der dieren te leren.
Er werd besloten dat ik naar de dokter moest. Of er pijn was, dat kan ik me niet meer herinneren. Opeens was het er. Het zat er gewoon en het moest weggehaald worden.
Die wachtkamer had een lucht die ik niet kende en het was er donker en licht tegelijk. Buiten had de zon geschenen, maar de enorme boom voor het raam vulde de kamer met een onderwatergroen licht.
Overal zat witte verf op: de muren, de houten bank, de vloer, de deuren. Alles was bedekt met een dikke laag witte glanzende verf. Ook het kastje waar die rare metalen bakjes in lagen en nog andere voorwerpen waarvan je niet kon zeggen waar ze voor dienden, maar ze zagen er gebruikt uit.
We waren alleen in die kamer Het was heel stil, een soort opgesloten stilte. Zonder dat ik erop bedacht was ging de deur open. Dat moet hem zijn. Geheel in het zwart gekleed, met een hand op de kruk, maakte hij een gebaar. We mochten naar binnen.
Even later zit ik met zo’n koud eng bakje onder mijn arm en gebeurt er iets wat ik niet goed kan zien. Dan komt er een groot stuk verband om mijn arm. Maar wat er daar in die kamer met mijn arm is gebeurd, weet ik nog
steeds niet. Het was wel weer mijn oude vertrouwde armpje geworden.
“De Groot !” wordt er geroepen. Ik loop snel naar de keurig in het wit geklede man.
Vera de Groot -
Zijn kleding is meer afgestemd op een koude dag. Het verschil tussen zijn schatting en de thermometer is minstens 10 graden Celsius. Meestal gaat het goed en klopt alles. Nu zitten onze dikke jassen, tot zijn grote ergernis, in het bagagerek gepropt. Aan zijn buitenkant is niet veel te zien, maar er broeit wat: ”Ik ben het detail al dagen kwijt én mijn kijktechniek is verwaarloosd. Ik moet weer helemaal van voren af aan beginnen. Rust en concentratie zijn van groot belang. Ik werk ook veel te hard, nergens tijd voor. Hoe werkte het ook al weer in de trein? Strak rechtuit kijken of iedere keer heel snel naar links en rechts kijken? Ik ben me ook niet bewust van al dat groen en die lucht buiten. Ik vul altijd maar in wat ik denk dat er is, maar ik denk meestal dat er toch niks is met alle gevolgen van dien”.
“Heb jij een methode om betrouwbaar naar buiten te kijken?”
“Betrouwbaar wil ik het niet noemen. Ik ben van nature erg subjectief en één methode is veel te weinig. Ik heb er een voor iedere omstandigheid: één om de beesten en de mensen te zien, één voor het weer, één voor het landschap en een voor het buitenland”.
“Ik probeer heel snel van links naar rechts te kijken, waar hoort dat bij?”.
“Dat is niks”.
”Ik zie ook nooit wat”.
Buiten schieten koeien, sloten, schapen en bomen voorbij. In de trein zijn bijna alle stoelen leeg. De warme okerkleur van de coupé past wonderwel bij de stemming binnen en buiten. Na lang nadenken ziet hij nog steeds niks. De koeien, schapen, de bomen hier en daar, de hoge lucht, kunnen nog steeds geen plaats krijgen in zijn hoofd.
Vera de Groot -
Voor mijn achtste verjaardag kreeg ik het boekje ‘Zien is kennen’, het vogel determineerboekje met prachtige plaatjes en namen van alle vogels in Nederland. Ik vond het het mooiste cadeau dat ik ooit gekregen had.
Niet alleen de aquarellen van de vogels vond ik heel mooi, maar ook de titel ‘Zien is kennen’ was erg geheimzinnig. Er ging door die titel een vreemde wereld open. Want hoe verhielden de woorden ‘zien’ en ‘kennen’ zich tot elkaar? Ik wilde weten wat mijn kleine zusje zag die nog maar net kon lopen. Daarom liep ik , als experiment, opmijn hurken door het huis. Om met de ogen van mijn ouders de wereld te bekijken gebruikte ik het keukentrapje. Ik twijfelde wel aan mijn experimenten. Want hoe mijn kleine zusje de wereld zag, of hoe mijn ouders, was maar gedeeltelijk opgelost.
Nu, jaren later, zijn de rollen omgedraaid. Niet alleen mijn zus wil graag weten wat ik zie, maar iedereen die me met die stok ziet lopen.
‘Ziet u nog wat?’ of ‘Wat ziet u?. ‘Het is zeker erg vaag?’. ‘Ik zie ze ook wel eens lopen met een veel langere of een korte stok, is dat een kwestie van mode?’.
Er zijn vele variaties op de vragen wat ik kan zien, of beter gezegd, wat ik niet kan zien. Ik heb een snel antwoord op die vragen: ‘De kleuren zijn vaal, alles staat scheef en in het midden zit een donkere plek, een soort ufo,’. Ik merk dan dat de meeste mensen zich niks kunnen voorstellen hoe die deformaties eruit zien. Er bestaat over wat ik zie geen gids met plaatjes en teksten.
Ik ben er inmiddels aan gewend, aan dat scheve en die ufo. Maar soms herinner ik me hoe het was voordat mensen in monsters veranderden en de bomen nog recht stonden. Dat doet dan pijn alsof je een geliefde hebt verloren die echt nooit, maar dan ook nooit meer terug komt. Dan kan ik alleen mijn ogen dicht doen om te zien hoe het was. Soms zie ik het zo mooier dan het in het echt was.
Maar het verhaal is nog niet af. Na veel avonturen met overwinningen en nederlagen weet ik nu hoe een straat klinkt of een plein of een park of een winkel. Kortom hoe de wereld om me heen zich ook kenbaar kan maken.
Het was een heel werk om een zichtbare wereld met luisteren, voelen of tellen om te zetten, zodat ik weet wat het is. ‘Zien is kennen’ is nu. ‘Voelen en Luisteren´ is ´Zien is kennen’. Gelukkig herken ik de vogels nog steeds.
Vera de Groot.
