Afscheid

Na het afscheidsfeestje van een bevriende docent aan de Rietveld Academie nam ik het illegale besluit om daar weer wat rond te kijken.

“De Rietveld” was spiksplinter nieuw toen ik er in de vorige eeuw als student op verkenning ging.

De grondige restauratie van een paar jaar geleden maakt dat het gebouw er nu bijna nog net zo uit ziet als toen. Maar verder heeft er een metamorfose plaats gevonden. Waar is de inventaris en waar zijn de tekentafels en door Rietveld ontworpen bankjes gebleven?

Ik liep destijds rond in een gebouw met duidelijk herkenbare werkplaatsen en klaslokalen. Er waren vaklokalen voor Beeldhouwen met grote stukken steen, typografie met letterkasten, edelsmeden met werkbanken vol met interessante gereedschappen , de textielafdeling met heuse weefgetouwen. En in het grote grafiek lokaal stonden allerlei drukpersen. En in dat lokaal zou ik me gaan bekwamen.

Voorzichtig open ik ons oude grafiek lokaal. In het lokaal staan een trap een strijkplank en een stofzuiger. Verder is het er doodstil gelukkig geen mens te bekennen. Ik probeer mijn oude grafieklokaal te reconstrueren.

We leerde het grafische vak van twee levensmoede drukkers en tekenen van een sombere docent. Ingewikkelde vragenwaren daar niet gewenst. Wel leerde ik hoe een ets gemaakt werd en hoe een lithosteen geprepareerd en afgedrukt moest worden. Dat schuren poetsen en slijpen was een heel vervelende bezigheid. En de resultaten waren onbevredigend. Druk was het niet in het grafieklokaal. De levensmoede en sombere vakmensen zagen de digitale revolutie bui al lang hangen . Om vier uur in de middag en later ook nog wel eens wat vroeger verdwenen ze in de “zuurkamer”. Als leerling werd je dan geacht daar niet meer binnen te gaan. De zuurkamer was alleen in de ochtend open om de etsplaat in het zoutzuur te leggen. Ik ontdekte dat er naast flessen met zoutzuur ook volle jeneverflessen stonden. Van mede studenten hoorde ik dat je na vieren de zuurkamer in mocht als je van het mannelijk geslacht was en heel veel etsen of litho’s maakte. Het is nadat ik de academie verlaten had nog vreselijk uit de hand gelopen door die flessen met jenever. Als ik aan vakmannen en kunst denk zie ik altijd die twee uitgebluste levensmoede drukkers en die docent voor me. Ik heb nooit meer een ets gemaakt. Toch heb ik in dat grafieklokaal geleerd me zelf uit te vinden tussen die sombere mannen.

Ik weet niet hoe het in die andere vaklokalen gegaan is, maar al die bijna lege lokalen doen het ergste vermoeden.  Op mijn verdere tocht door het gebouw zie ik studenten met een Macbook die ze als werkplaats gebruiken.

De afscheidnemende docent daagde zijn studenten uit na te denken wat kunst is en te schuren en poetsen aan een glanzend concept.

Mijn ervaring, zeker na deze sentimentel journey is dat door de computer, de vele nieuwe materialen en dito technieken, vakmanschap een erg onoverzichtelijk begrip geworden is.

Vera de Groot