de twee prado’s

De eerste Prado.

Op mijn achttiende met de trein naar Madrid. Voordat we het wisten stonden we al aan de Spaanse grens. We stapten haastig over in een Spaanse trein, die tot onze verbazing beschikte over een restauratiewagon met rode pluche fauteuils en met wit tafellinnen gedekte tafels. Daar te dineren is een heel onverantwoorde investering. Maar het was onweerstaanbaar. Bijna al ons geld ging op aan onbegrijpelijke gerechten. Terwijl we aten reed de trein met een slakkengangetje door het lege kale landschap. Dat 

slakkengangetje was noodzakelijk vanwege de fauteuils die gewoon los stonden. Een onverwachte stop met hoge snelheid had ons samen met de andere gasten met pluche en tafellinnen in de hoek doen belanden. 

In Madrid rende we gelijk naar het Prado. Zoveel Velazquez, zoveel Goya we werden er dronken van. Het verkeer raasde over de snelweg langs het Museuo Prado. De benzinedampen golfde door de open ramen naar binnen. Die dampen gaven een extra dimensie aan Goya. We bespraken alles tot in het kleinste  detail. We waren verliefd op elkaar en op alles wat we zagen. Onverzadigbaar, aan begrijpen deden we niet.

Het Tweede Prado. 

Reizen lijkt nu meer op een goederen transport over de lopende band. Of je naar Mars reist of naar Madrid het maakt niet veel uit. 

Het Prado was niet meer het kunstpaleis vol met schilderijen, maar een modern museum, met alles wat daarbij hoort. Efficiënt ingericht, met restaurant en een balie vol stompzinnige audiotours en natuurlijk klimaat gereguleerd.

Weer liepen we eerst naar Velazquez en daarna naar Goya. Nu gingen we gelijk aan de slag om het verschil tussen die twee te benoemen. 

Wat je zegt dat ben je zelf,is een oud Freudiaanse uitspraak. Soms wil je de spijker met veel kracht op de kop slaan. Hoe meer bloed er vloeit hoe beter. Weet je tenslotte waar het over gaat. De ander vindt dat bloed mooier is als het bedekt is met brokaten stoffen. 

Weer terug naar huis. Ik lees, voortdurend lastig gevallen door de stewardess als verkopers van parfum en vieze plastic maaltijden, in de Vrolijke wetenschap van Nietzsche. ”Sommige mensen verlangen van kunst dat zij het gevoel van het bestaan verscherpt; anderen willen dat kunst het hen doet vergeten.” 

Toen viel alles op zijn plek.

De keuze tussen bloed en brokaat, dineren in de rijdende pluche fauteuil en het toeristen vervoer anno 2014. 

 

Met dank aan Nietzsche, Goya en Velazquez.

Vera de Groot