Geheim landschap

Ik zit gewapend met potlood en schetsboek op een boek, het is zo dik dat ik door het raam naar buiten kan kijken.
    Het was een hele worsteling om me door de geschiedenis van de filosofie te werken, maar het zit er op, met alle gevolgen van dien.
    Door dat boek is er een geheel nieuw soort perspectief ontstaan. Nooit zal ik meer denken dat het landschap is wat het is.
    Met mijn eendentwintigste-eeuwse ideeën ervaar ik het lansschap heel anders dan iemand die voor de tweede helft van de achttiende eeuw geboren is. Hij of zij was zich van heel andere zaken bewust buiten de stadsmuren dan ik. Niet alleen omdat de mij omringende natuur ingrijpend veranderd is. Ook niet omdat bijna al het landsschap onderhouden wordt door allerlei instanties van Staatsbosbeheer tot natuurmonumenten of dat het wereldnatuurfonds zich er over heeft ontfermt. Maar omdat ik het landschap zie door Jean Jaques Roussau’s gekleurde bril
    Jean Jaques Rousseau die de Romantiek als filosofische stroming in beweging bracht die de hele westerse wereld op zijn kop zette. Ik was me er nauwelijks bewust van dat de Romantiek nog steeds bepaalt hoe wij het landsschap beschouwen en beleven. Het Romantische bewustzijn projecteert allerlei emoties in het landschap. Het maakt dat we de natuur ervaren als een soort kapstok voor allerlei emotionele gewaarwordingen die vaak tot clichés verworden zijn. Ik verlang in het bos naar duisternis en geestelijke rust en eenzaamheid. Ook mijn liefde voor zonsondergangen en voor maanlicht heeft een door de Romantiek veroorzaakte oorsprong. Zo zou de zon en maan een meer “natuurlijke tijdsbeleving” geven dan een klok. Het landschappelijke brengt me rust en contemplatie, ook al is er nog geen tweehonderd meterverder een snelweg of komt er om de haverklap een vliegtuig over.
    Voor de Romantiek er ervaarde men de natuur allerminst als gezond of mooi. De bossen brachten wild en paddenstoelen of brandhout en de zee vis.
    Voor je geestelijke gezondheid begaf je je zeker niet naar een bos of naar het strand. Een mens die daar niks te zoeken had kwam daar niet. Het land buiten de stad was van de boeren, de jagers en de vissers.Ik sleep of ik wil of niet een verleden mee vorm gegeven door Romantische kunstenaars. Wegbereiders als Schubert en Casper David Friedrich stonden aan de wieg van het romantische levensgevoel. De wil tot overgave aan de natuur vervult ons nog onverminderd. Romantische idealen worden, via de beeldende kunsten, literatuur, popliedjes en reclame, nog steeds over me uit gegoten.
    Bij mijn landschapsstudie, gezeten op mijn filosofie boek, moet ik aan W.F. Hermans denken. Hij vergeleek het natuurschoon met een kapot televisietoestel.

Vera de Groot