Seks artiekel

 

 In 1929 waren drie vrouwen zonder geld, zonder gebouw, maar met heel veel goeie ideeën druk doende een van de beroemdste musea voor moderne kunst het MOMA op te richten. Een wapenfeit waardoor miljoenen mensen genieten van moderne kunst in de breedste zin van het woord. 

Ik vraag me af hoe het die drie in het Nederland van 1929 zou zijn vergaan.

 

Een onderzoek waarin een klein land groot kan zijn. 

In Nederland waren vrouwen wettelijk handelingsonbekwaam tot 1956.

Op de academie werd onzekere studenten in 1960 nog in het oor getoeterd, ‘dat ze zich maar beter op het rijbewijs voor kinderwagens konden gaan toeleggen’. Een kinderwagenrijbewijs vormde een goede voorbereiding op hun toekomst. 

Toen de feministische kunst na veel gesoebat het museum binnen kwam, bediende de stoere mannen in Nederland zich, als van feministische kunstenaars sprake was, van ‘De Gleuvenbrigade’. Er zijn vele bladzijden te vullen met dit soort seksistische opmerkingen. De ene in literair opzicht beter dan de ander. Maar zonder uitzondering betrof het het gebied onder de gordel.

 Ik zal de namen van deze mannen maar niet noemen. Ze zijn dood of oud of wijzer geworden. 

‘De Gleuvenbrigade’ heeft zich moedig in de strijd geworpen. De kleinerende opmerkingen gelaten voor wat ze waren. Schelden en kleineren is meestel een teken van angst. Angst voor concurrentie in dit geval. 

Ik ben er van overtuigt dat het een met verbale intimiderende middelen gevoerde economische oorlog was. Veel jongens werden nog door hun vader op de hoogte gebracht ‘Je mag nooit liegen of chanteren, behalve in de oorlog en de liefde’. Met deze eeuwen lang geheime kennis hadden meisjes zich beter kunnen voorbereiden op wat hen te wachten stond. Maar toen die kennis hun ter oren kwam was het hek van de dam.

De strijd tussen de seksen in de kunstwereld is in grote lijnen gestreden. Het vrouwelijke en kwetsbare is nu een serieus onderwerp in de kunst waar ook mannelijke kunstenaars zich van bedienen. En vrouwen manifesteren zich zoals hen dat artistiek uitkomt. Zware fysieke of mentale omstandigheden worden niet uit de weg gegaan. 

Is de strijd gestreden? 

Uit onverwachte hoek komen er soms nog rare opmerkingen. Op de site van de Pont, het museum in Tilburg, wordt in de toelichting bij de tentoonstelling van Romi Horn vermeld dat haar androgyne stijl van kleding haar zo elegant staat. Die opmerking is een mokerslag op haar zorgvuldig opgebouwde concept. De prangende vraag is nu: ‘Is deze toelichtende tekst door een man of door een vrouw geschreven’?

 

Er liggen nieuwe uitdagingen in de kunst en samenleving. Niet alleen om de sekse van vooroordelen te ontdoen, maar ook over de factor etniciteit zonder Voorbedachte redenen te oordelen.

 

Vera de Groot